Blog Huzeyfe: Een plek die klopt

Afbeelding bij Blog Huzeyfe: Een plek die klopt

Blog Huzeyfe: Een plek die klopt

Mijn eerste dag bij Labyrinth begon met mensen. Niet met systemen, wachtwoorden en een “hier is je laptop” (die ook), maar vooral met gezichten, namen, grapjes tussendoor en een gevoel dat ik lang niet had gehad: eindelijk.

Ik weet nog dat ik bij mijn eerste teamoverleg aanschoof en meteen dacht: oké, dit is anders. Niet omdat iedereen dezelfde mening had (gelukkig niet), maar omdat er echt geluisterd werd. Er werd doorgevraagd, even stilgevallen, samen gezocht naar de juiste woorden. En ik merkte dat ik niet vooral “de nieuwe” was, maar gewoon iemand die mee mocht denken.

Nu, zes maanden later, kan ik zeggen dat dat eerste gevoel klopte. In die eerste maanden gebeurde er veel tegelijk: nieuwe projecten, nieuwe thema’s, nieuwe manieren van werken. En hoe meer ik meedraaide, hoe duidelijker het werd dat ik hier niet alleen meewerk, maar ook echt kan bijdragen.

Mijn route naar Nederland liep niet in een rechte lijn. Ik ben opgegroeid in Turkije en heb daarna jaren in Brazilië gewoond. Daar leerde ik niet alleen een nieuwe taal, maar ook wat het betekent om je plek te vinden in een ander land. Ik studeerde Sociale Wetenschappen, werkte mee aan onderzoek en raakte steeds meer gefascineerd door één vraag: hoe zorgen we ervoor dat beleid niet alleen op papier klopt, maar ook in het echte leven?

Toen ik uiteindelijk in Nederland aankwam, wilde ik meteen bijdragen. Alleen: willen is één ding, landen is iets anders. Ik werkte aan mijn Nederlands, bouwde een netwerk op en leerde de Nederlandse werkvloer kennen. En ik solliciteerde. Veel. Op een gegeven moment werd het bijna een ritme: zoeken, schrijven, gesprek, wachten, opnieuw. Die periode leerde me vooral dit: je kunt nog zo gemotiveerd zijn, maar je hebt ook een plek nodig die jou echt ziet. Niet als een afvinkpunt, maar als iemand met vaardigheden en ideeën. Misschien is dat ook waarom dat eerste teamoverleg bij Labyrinth zo bleef hangen. Het was niet perfect of groots. Het was gewoon inhoudelijk. Menselijk. En precies dat gaf rust.

In mijn werk bij Labyrinth werk ik aan verschillende projecten en onderwerpen. Soms zit ik diep in kwalitatieve gesprekken, soms in analyse, soms in het vertalen van inzichten naar een rapport of advies. Die afwisseling vind ik juist leuk: je leert steeds opnieuw hoe je de juiste vragen stelt, hoe je zorgvuldig luistert en hoe je complexiteit helder opschrijft zonder het glad te maken.

Een van de projecten waar ik de afgelopen tijd aan meewerkte, gaat over statushouders. Dat is maar één onderdeel van mijn werk, maar wel een voorbeeld dat iets laat zien over hoe wij bij Labyrinth werken. In focusgroepen en gesprekken zijn mensen niet “de doelgroep”, maar gewoon mensen met plannen, twijfels, ambities en frustraties. Mensen die vaak heel goed weten wat ze nodig hebben, alleen wordt er niet altijd naar gevraagd, of niet op een manier die voor hen werkt.

Een gesprek dat me is bijgebleven ging over hoogopgeleide statushouders. Mensen die in hun land van herkomst jaren hebben gestudeerd en gewerkt, en hier ineens merken dat hun diploma niet wordt erkend, of dat hun niveau niet wordt gezien in een eerste gesprek. Dan krijg je een vreemde situatie. Je hebt talent en ervaring, maar je start toch weer op nul. Voor sommigen wordt ondernemerschap dan niet alleen een droom, maar ook een manier om weer regie te voelen. Niet omdat het “makkelijk” is, maar omdat het soms de enige route lijkt om hun kennis en vaardigheden toch te benutten.

Wat me in die gesprekken steeds opnieuw opvalt, is hoe snel er simplificaties ontstaan van buitenaf. Alsof iedereen dezelfde startpositie heeft. Alsof motivatie alles oplost. Alsof één traject, één loket, één checklist genoeg is. Maar de werkelijkheid is rommeliger. Taal, vertrouwen, regels, geld, netwerk, gezondheid, erkenning van diploma’s. Alles stapelt zich.

Juist daarom zijn die gesprekken zo waardevol: je hoort niet alleen wat er misgaat, maar ook wat wel werkt. Welke steun iemand echt helpt. Welke stap iemand vooruit brengt. En ook: wat mensen zelf al doen, ondanks alles. Soms is het ook gewoon heel praktisch. Een kleine aanpassing in communicatie. Iemand die wel terugbelt. Een ruimte waar je je niet bekeken voelt. Of de simpele erkenning: “Ik snap dat dit ingewikkeld is.”

Wat ik mooi vind aan dit werk, is dat het niet stopt bij luisteren. Je brengt verschillende perspectieven samen en maakt er iets van dat anderen kunnen gebruiken: inzichten, patronen, adviezen. Niet om het verhaal glad te strijken, maar om het begrijpelijk te maken voor mensen die beslissingen nemen.

Dat voelt voor mij als bruggen bouwen. Tussen leefwereld en systeem. Tussen ervaring en beleid. Tussen wat mensen zeggen en wat er vervolgens echt verandert.

En eerlijk: soms is dat best lastig. Want beleid houdt van duidelijkheid en onderzoek laat vaak juist zien dat het niet zo simpel is. Maar precies daar zit de waarde. Je hoeft de complexiteit niet weg te poetsen om toch richting te geven. Je kunt nuance hebben en handelingsperspectief.

Wat Labyrinth voor mij bijzonder maakt, is dat ik hier niet alleen word gezien om mijn achtergrond, maar om wat ik kan bijdragen. Ik mag leren, vragen stellen, fouten maken, beter worden. En ik merk dat mijn eigen omwegen, het verhuizen, opnieuw beginnen, verschillende talen, verschillende systemen, niet extra ballast zijn, maar juist een manier van kijken die helpt in dit werk.

Als je zelf weet hoe het voelt om nieuw te zijn, luister je anders. Je bent alerter op wat niet gezegd wordt. Je ziet sneller waar regels botsen met realiteit. En je denkt misschien iets vaker: oké, dit kan ook anders.

Mijn eerste dag begon met mensen. En zes maanden later is dat eigenlijk nog steeds de kern. Mensen die hun verhaal delen. Mensen die willen bouwen aan hun toekomst. En collega’s die samen proberen dat verhaal eerlijk, zorgvuldig en bruikbaar te maken.

Ik ben nog onderweg, maar ik ben wel op de juiste plek beland. En dat is misschien precies wat ik mezelf na al die omwegen het meest gun: een plek die klopt.